Doel van de Pilot

De Pilot had als doel om kritische kennis en inzichten te verwerven en vast te leggen om de overgang naar ERTMS op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren in termen van:  

  • risico’s en kwaliteit van de dienstverlening aan de reiziger,
  • het proces dat nodig is om treinen te laten ombouwen naar ERTMS en de toelating op het landelijk net, 
  • de opleiding van rijdend personeel, de storingsorganisatie en dergelijke.

Om die reden is ervoor gekozen de Pilot in te steken als een kleinschalige uitrol en gebruik van een ERTMS vervoersysteem op de bestaande ERTMS infrastructuur van het baanvak Amsterdam-Utrecht.

Lees het artikel verder

 

Dual Signalling en ERTMS Level 2

De Pilot onderzocht de gevolgen van het rijden van treinen onder twee treinbeveiligingssystemen op het traject Amsterdam-Utrecht. Het rijden in een situatie waarbij twee seinstelsels gelijktijdig in werking zijn, noemen we ‘Dual Signalling’.

Op de baanvakken Amsterdam-Utrecht en Zwolle-Lelystad (Hanzelijn) is er sprake van Dual Signalling: het seinstelsel NS’54 en het seinstelsel ERTMS Level 2 zijn gelijktijdig actief op hetzelfde baanvak. Een trein met ERTMS en een ERTMS bevoegde machinist aan boord, kan dan onder ERTMS rijden. In het kader van de Pilot reden er treinen die voorzien waren van ERTMS onder ERTMS Level 2 regime. Reguliere treinen zonder ERTMS reden onder het regime van het NS’54 seinstelsel met ATB als beveiligingssysteem. 

Het rijden onder ERTMS Level 2 regime in een Dual Signalling situatie verschilt in basis niet van het rijden onder ERTMS Level 2 regime op ERTMS Level 2 only baanvakken, zoals de Betuweroute en de Hoge Snelheidslijn Zuid. Wel geldt dat er een aantal buitenseinen in de Dual Signalling situatie ook opgevolgd moeten worden door de machinist. Verder zijn er verschillen in het rijden bij verstoorde situaties tussen de ERTMS Level 2 baanvakken in Nederland: de Betuweroute (ERTMS Level 2 only), HSL Zuid (ERTMS Level 2 only), Amsterdam-Utrecht (Dual Signalling) en Zwolle-Lelystad (Dual Signalling).

Leerervaringen

In de Pilot zijn 142 onderzoeksvragen uit de spoorsector verzameld en beantwoord. Dit gebeurde door onderzoek, simulaties en het uitvoeren van ritten met reizigers- en goederentreinen, waarbij metingen zijn gedaan. Zo heeft de Pilot gegevens verzameld en geanalyseerd over onder meer veiligheid, treintechniek en capaciteit, maar ook over menselijk gedrag, werkdruk en processen.

Daarnaast zijn er leerervaringen opgedaan in de voorbereidingen om te komen tot het rijden van treinen onder ERTMS Level 2, te weten controle van het baanvak, toetsen van gebruikersprocessen, aanpassen en toelaten van treinen en het opleiden van operationeel betrokkenen.

Het geven van adviezen en aanbevelingen aan de hand van de leerervaringen die zijn opgedaan gedurende de Pilot behoorde niet tot de opdracht van de Pilot. De Pilot beperkte zich tot het vaststellen van feiten en het op grond hiervan doen van bevindingen. Het eindrapport bevat deze bevindingen.

Toepasbaarheid van Leerervaringen

De bevindingen van de Pilot kunnen niet één-op-één worden vertaald naar de landelijke uitrol van ERTMS. Hierbij moet gelet worden op:

  • unieke eigenschappen van het baanvak Amsterdam-Utrecht,
  • unieke eigenschappen van de materieeltypen die zijn gebruikt,
  • unieke kenmerken van de Dual Signalling situatie,
  • de wijze waarop de Pilot is uitgevoerd.

De bevindingen in de Pilot zijn vaak uitvloeisels van de wijze waarop het Nederlandse vervoersysteem op het spoor is ontstaan en hoe het vervoersysteem zich heeft ontwikkeld. Als een leerervaring van de Pilot niet algemeen toepasbaar is door één of meerdere bovengenoemde eigenschappen en/of kenmerken, is dit bij de leerervaring aangegeven. Zo niet, dan is de leerervaring breed toepasbaar.

De bevindingen van de Pilot zijn overgedragen aan het programma voor de landelijke uitrol van ERTMS. Het programma voor de landelijke uitrol van ERTMS beoordeelt de bevindingen van de Pilot en neemt deze bevindingen, waar van toepassing, mee in de uitwerking van de Voorkeursbeslissing.

Wat heeft de Pilot gedaan?

De Pilot kende drie hoofdfasen: de voorbereidingsfase, de uitvoeringsfase en de rapportagefase. In de voorbereidingsfase zijn alle activiteiten uitgevoerd die nodig waren om:

  • het rijden van de treinen mogelijk te maken (controle van gereed zijn van de baanvakken, beschikbaar maken van treinen, toetsen en inbedden van procedures (voor zover dit nog niet was gebeurd), maken van opleidingsmateriaal, opleiden van mensen),
  • de onderzoeken waarmee de leerervaringen konden worden opgedaan te initiëren.

Tijdens de uitvoeringsfase is er met treinen gereden en zijn er gegevens verzameld over het verloop van het operationele proces.

Tijdens de rapportagefase zijn de onderzoeken afgerond en uitgewerkt in rapporten.

Naast deze hoofdfasen heeft het onderzoeksprogramma gelopen.

Lees het artikel verder

 

Onderzoeksprogramma

De opdracht aan de Pilot was het opdoen van kritische kennis en inzichten tijdens het rijden onder ERTMS Level 2 in Dual Signalling omstandigheden. De Pilot heeft daarvoor een onderzoeksprogramma doorlopen.

Om expliciet te maken welke operationele kennis en inzichten moesten worden opgedaan, heeft de Pilot de spoorsector gevraagd wat men wilde leren uit de Pilot. Dit heeft geresulteerd in 142 onderzoeksvragen, die door de Pilot zijn beantwoord. De onderzoeksvragen gingen over werkprocessen, veiligheidseffecten, verkeersmanagement, optimalisatie infrastructuur en dienstregeling, rijtijdwinst door hogere snelheid, opvolgtijden, capaciteitsbenutting, energiezuinig rijden, interoperabiliteit, human factors, opleidingen, betrouwbaarheid, infrastructuurwijzigingen, wijziging aan materieel en onderhoud van infrastructuur.

In de Pilot is de ERTMS kennis in Nederland gemobiliseerd en vergroot door een groot deel van de 142 onderzoeksvragen door Nederlandse spoorkennishouders te laten beantwoorden. De gegevens die de Pilot verzamelde tijdens het rijden van treinen onder ERTMS vormden hiervoor grotendeels de basis.

Voorbereidingsfase van de Pilot

Controle van het baanvak

Het baanvak Amsterdam-Utrecht was reeds voorzien van ERTMS Level 2. Na oplevering van het baanvak is lange tijd alleen onder NS’54/ATB gereden. Er reden nog geen reizigers- en goederentreinen onder ERTMS Level 2. Dit betekende dat de Pilot eerst moest verifiëren of de Pilot het baanvak onder ERTMS in gebruik kon nemen. Hiertoe is een check gedaan bij de verantwoordelijke onderhoudsorganisatie en op de inbedding van de processen bij de infrabeheerder en verkeersleiding. Verder is er een toets uitgevoerd op de technische staat van het baanvak.

Het rijden onder ERTMS Level 2 regime in een Dual Signalling situatie verschilt in basis niet van het rijden onder ERTMS Level 2 regime op ERTMS Level 2 only baanvakken, zoals de Betuweroute en de Hoge Snelheidslijn Zuid. Wel geldt dat er een aantal buitenseinen in de Dual Signalling situatie ook opgevolgd moeten worden door de machinist. Verder zijn er verschillen in het rijden bij verstoorde situaties tussen de ERTMS Level 2 baanvakken in Nederland: de Betuweroute (ERTMS Level 2 only), HSL Zuid (ERTMS Level 2 only), Amsterdam-Utrecht (Dual Signalling) en Zwolle-Lelystad (Dual Signalling).

Toetsen gebruikersprocessen, opstellen richtlijn Handboek Machinist

De ERTMS gebruikersprocessen voor het baanvak Amsterdam-Utrecht waren voor de start van de Pilot nog niet in de praktijk gebruikt (anders dan ten behoeve van de oplevering van de ERTMS infrastructuur in 2011). De gebruikersprocessen beschrijven de interactie van de gebruikers (treindienstleider, machinist) met het systeem. De gebruikersprocessen zijn opgesteld door ProRail en dienen door gebruikers (ProRail en vervoerders) te worden gebruikt bij het opstellen van regelgeving en instructies voor treindienstleiders respectievelijk machinisten. Daarom zijn, voorafgaand aan het daadwerkelijk rijden onder ERTMS Level 2, de gebruikersprocessen nogmaals gecontroleerd op correctheid en werkbaarheid. In totaal toetste de Pilot hiertoe 158 gebruikersprocessen.

Op basis van de gebruikersprocessen heeft de Pilot een richtlijn opgesteld voor vervoerders om ze te helpen om hun Handboek Machinist aan te vullen voor het rijden onder ERTMS Level 2 op de Dual Signalling baanvakken. De richtlijn is gebruikt door NS en goederenvervoerders om hun Handboek Machinist aan te vullen.

Treinen aanpassen en toelaten

Voor de start van de Pilot waren door de Inspectie Leefomgeving en Transport geen treinen toegelaten om op de baanvakken Amsterdam-Utrecht en Zwolle-Lelystad onder ERTMS Level 2 te rijden. In de Pilot zijn locomotieven die al voorzien waren van ERTMS apparatuur, toegelaten op deze Dual Signalling baanvakken (G1206, DE6400, BR189 (varianten J en K) en BR203). Verder zijn tien Sprinter Light Train (SLT) treinstellen van NS Reizigers geschikt gemaakt om onder NS’54/ATB en onder ERTMS Level 2 regime te rijden.

Treinen die voorzien zijn van ERTMS schakelen in principe automatisch om van ATB naar ERTMS. Om te voorkomen dat naar ERTMS wordt overgeschakeld terwijl de machinist niet bevoegd was om onder ERTMS/Dual Signalling te rijden, waren de SLT treinstellen voorzien van een extra sleutelschakelaar. Machinisten met ERTMS/Dual Signalling bevoegdheid hadden een sleutel waarmee de automatische inschakeling van ERTMS kon worden geactiveerd.

Tenslotte zijn elf ICE3M hogesnelheidstreinstellen (ICE) die tussen Amsterdam en Frankfurt rijden, voorzien van ERTMS apparatuur en toegelaten voor het baanvak Amsterdam-Utrecht.

Deze ICE treinstellen hadden ook de mogelijkheid om de ERTMS apparatuur uit te schakelen zodat niet onbedoeld naar ERTMS werd overgeschakeld.

Opleiden operationeel betrokkenen

Machinisten en treindienstleiders die deelnamen aan de Pilot waren nog niet allemaal bekend met het rijden onder ERTMS Level 2 in Dual Signalling omstandigheden.

Voor machinisten is, in samenwerking met de Stichting Veiligheid & Vakmanschap Railvervoer (VVRV), een ERTMS basisopleiding en een ERTMS basisexamen ontwikkeld, plus een Dual Signalling kopopleiding en examen.

In de Pilot zijn 233 machinisten van verschillende vervoerders opgeleid om te rijden onder Dual Signalling.

De treindienstleiders hebben destijds bij de oplevering van het ERTMS Dual Signalling baanvak Amsterdam-Utrecht een opleiding gekregen, maar deze kennis nog nooit in de praktijk gebracht. Voor hen is een e-learning module ontwikkeld om de kennis op te frissen. Vijfenzestig treindienstleiders hebben deze her-instructie gekregen.

Stapsgewijs opbouwen van vervoersysteem onder ERTMS

Voordat in de reguliere dienstregeling met reizigers en lading onder ERTMS kon worden gereden, moest eerst het rijden onder ERTMS stap voor stap worden opgebouwd. Dit houdt in dat eerst de technische samenwerking van de systemen van trein en infrastructuur op bedrijfszekerheid is getest met treinen zonder reizigers of lading. Vervolgens zijn alle werkprocessen in de praktijk getest. Toen aangetoond was dat techniek en processen goed functioneerde, is gestart met het rijden van treinen met reizigers en lading.

Uitvoeringfase van de Pilot

In de uitvoeringsfase hebben NS, Shunter, Strukton en TX Logistik een normale dienstregeling met reizigers of lading gereden. Hierbij reden ze op het baanvak Amsterdam-Utrecht waar mogelijk onder ERTMS Level 2. Reizigers mochten geen hinder ondervinden. Omdat het Dual Signalling baanvak betreft, konden machinisten bij problemen met ERTMS eenvoudig overschakelen naar rijden onder het NS’54 regime (met ATB).

Er is gereden met de volgende materieeltypen/producten:

Reizigersvervoer:

  • sprinterdienst op de lijn Rhenen-Uitgeest met Sprinter Light Train (SLT) treinstellen (tien SLT treinstellen met ERTMS aangevuld met sprintermaterieel dat niet voorzien was van ERTMS apparatuur),
  • internationale intercitydienst Amsterdam-Frankfurt met de ICE treinstellen,
  • City Night Line Amsterdam-Berlijn met rijtuigen die worden getrokken door een BR189 locomotief

Goederenvervoer:

  • vervoer in het kader van onderhoud (Strukton met G1206 diesellocomotieven),
  • kolenvervoer Elverlingsen (Duitsland) (TX Logistik met BR189 elektrische locomotieven),
  • losse locomotief (Shunter, met BR203 diesellocomotieven).

Er zijn tijdens de Pilot 7.505 ritten gereden, waarvan ruim 5.129 ritten met lading of reizigers aan boord. De overige ritten waren in het kader van technische en operationele testen.

Vanwege problemen in de ERTMS software van de tien SLT treinstellen is het rijden onder ERTMS met dit materieel een half jaar later gestart dan de aanvankelijk geplande begindatum van september 2013. Om met de SLT treinstellen voldoende gegevens te verzamelen en ook de klimatologische invloed van alle seizoenen van het jaar te kunnen beoordelen, is de Pilot met een half jaar verlengd. Daarmee kwam het aantal verrichte ritten grosso modo op het aantal uit als voorzien in de oorspronkelijke onderzoeksopzet.

Rapportagefase

In de Pilot zijn de resultaten van de ervaringen met ERTMS op het Dual Signalling baanvak Amsterdam-Utrecht vastgelegd in een groot aantal gedetailleerde rapporten. De eindrapportage is gebaseerd op alle in de pilot verkregen resultaten: de antwoorden op de 142 vragen, de issuedatabase, rapporten, memo’s en evaluaties. Alle onderzoeksresultaten zijn ingevoerd in een kennisbank waarin gericht kan worden gezocht naar resultaten uit de pilot.

Spin off van de Pilot

Tijdens de Pilot is ook “spin off” ontstaan: producten die in het kader van de Pilot zijn ontstaan maar die buiten de Pilot ook waardevol zijn. Enkele voorbeelden:

ERTMS Academy

De ERTMS Academy, waar de Pilot 233 machinisten van verschillende vervoerders zijn opgeleid, wordt uitgebreid voor opleiding en examinering van machinisten voor andere ERTMS trajecten (HSL, Betuweroute). Met de ERTMS Academy is ook een expertisecentrum voor ERTMS opleidingen voor machinisten ontstaan.

Capaciteitssimulatie

In de Pilot zijn een aantal onderzoeksvragen door middel van berekeningen met simulatiemodellen beantwoord. Voor dat doel zijn vier simulatiemodellen van verschillende ingenieursbureaus en ProRail onderzocht. Van deze modellen zijn er voor Dual Signalling drie gevalideerd en gebruikt in de Pilot.

De drie gevalideerde modellen en de gevolgde werkwijze, zijn goed bruikbaar voor toekomstige ERTMS capaciteitsstudies en studies over energiezuinig rijden.

Buitenlandse ERTMS ervaringen

In de Pilot is, mede naar aanleiding van de onderzoeksvragen, ter verdieping van de kennis onderzocht wat de ervaringen met ERTMS en Dual Signalling zijn in een aantal representatieve Europese landen. Er is gesproken met railinfrastructuurmanagers en vervoerders uit België, Denemarken, Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland en Italië.